nieuws
25-05-2010 : Verslag+debat+Echt+Nederlands
Migratie, moslims en de multiculturele samenleving leggen grote druk op gevoelens van en over Nederlanderschap. Nederlanders proberen goede wereldburgers te zijn maar willen tegelijkertijd hun nationale identiteit versterken. Zijn we op weg naar een 'kosmopolitisch nationalisme'? Frank J. Lechner stelt dit in zijn boek 'The Netherlands. Globalization and National Identity (2008). Met drie Nederlandse cultuurmakers en een honderkoppig publiek besprak hij de actuele dynamiek van Nederlandse identiteitsvorming. Hoe veranderen ideeën over Nederlanderschap en wat is hierin de rol van cultuurbeleid en cultuurpraktijk?
Mede namens Ozkan Golpinar van partner Fonds BKVB, spreekt Marlous Willemsen, directeur a.i. van Imagine IC een woord van welkom. Zij licht de missie van Imagine IC toe: bij Imagine IC vertellen mensen hun eigen verhalen over migratie en multiculturele actualiteit. 'Echt Nederlands' is de eerste van een kleine serie 'vooruitblikken' op multiculturele trends, in het kader van het project 'Out of the Cube. Podium voor intercultureel experiment'. Dit project programmeert en bespreekt resultaten uit het Europese samenwerkingsverband 'Museums as Places for Intercultural Dialogue' (www.mapforid.eu), waarin Imagine IC in de afgelopen twee jaar als een van de leidende partners optrad. Out of the Cube wordt mogelijk gemaakt door de Mondriaanstichting en Stichting DOEN. Imagine IC dankt ook Kosmopolis Rotterdam voor de samenwerking in de vooruitblikken.
Willemsen introduceert de avondvoorzitter: Kees Ribbens, onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en lid van het bestuur van Imagine IC. Ribbens voorziet het onderwerp 'Echt Nederlands' van een aantal contexten. Hij bespreekt onder meer de resultaten uit het WRR-rapport dat liever spreekt van nationale identificatie dan nationale identiteit, en de actuele belangstelling voor de verankering van de Nederlandse taal in de grondwet. Vervolgens introduceert hij Frank Lechner en de drie referenten:
Frank Lechner is hoogleraar sociologie aan Emory University in Atlanta, Georgia (VS). Hij werd geboren in Amsterdam en promoveerde in Pittsburgh. In zijn boek 'The Netherlands. Globalization and National Identity' (2009) brengt hij processen van globalisering en multiculturaliteit in verband met de Nederlandse actualiteit en dynamiek van identiteitsvinding. Willemijn Maas is sinds 2006 algemeen directeur van de AVRO. Ergün Erkoçu is architect van Concept0031, een van de vormgevers van de Poldermoskee en co-auteur van 'De Moskee. Politieke, architectonische en maatschappelijke transformaties'. Pieter-Matthijs Gijsbers is voormalig directeur van Museumpark Orientalis en sinds 2009 directeur van het Openluchtmuseum Arnhem.
Kees Ribbens geeft het woord aan Frank Lechner. Lechner maakt direct duidelijk dat hij zelf geen Nederlander meer is. Hij stelt dat hij daarmee deze avond in het nadeel lijkt: het is niet erg Nederlands om van een niet-Nederlander te willen weten wat 'echt Nederlands' is. Maar 'ieder nadeel heb zijn voordeel'. Dat Lechner een buitenstaander is en tegelijk 'een van ons', maakt hem in sociologische zin juist objectiever in de analyse van Nederlanderschap.
Lechner introduceert een dialectiek van openheid en eigenheid, die hij, onder verwijzing naar Niek van Sas, presenteert als kern van Nederlandse identiteit. Een nationale identiteit werkt verhelderend voor partijen van buiten. Binnen een land fungeert zij als lijm en werkt zij zingevend. Zo is zij belangrijk voor sociale cohesie. Een kosmopolitische nationale identiteit, een voortdurende slingerbeweging tussen openheid en eigenheid, past Nederland al geruime tijd, en past ook de huidige staat van het land. Aan sommige Nederlanders wordt hun aanwezigheid en deelname in Nederland ontzegd. Dit raakt niet alleen ons internationale zelfbeeld en karakter, maar treft ook onze multiculturele samenstelling.
In die multiculturele samenleving is het van belang te weten wie er eigenlijk meepraten en mogen meepraten, en van wie, over wat echt Nederlands is. In elk geval is het echt Nederlands om voortdurend, en in het Nederlands, over deze vraag te debatteren. Volgens de historicus Ernst Kossmann is dat juist de kern van de nationale identiteit. Dat debat is al zo'n twee eeuwen aan de gang. De kring van sprekers is in de loop der tijd steeds groter geworden en kan ook nu weer groeien.
Feit is dat heel veel mensen zich druk maken over wat echt Nederlands is. En dat terwijl ook wordt gevonden dat het echt Nederlands is om je juist niet druk te maken over wat echt Nederlands is. Nederland lijkt in verwarring. Zo is het met de komst van veel nieuwe mensen en met de toenemende globalisering minder duidelijk geworden wie 'wij' zijn, terwijl het antwoord op die vraag precies hierom wel belangrijker werd.
Een nieuw middenveld speelt volgens Lechner een hoofdrol in de verankering van de dialectiek van openheid en eigenheid, in de verankering van kosmopolitisch nationalisme. Organisaties tussen politiek en burger zetten 'kleine verhalen' in. Lechner waarschuwt voor de 'grote verhalen' van nationale identiteit. Een kosmopolitische nationale identiteit verstaat zich slecht met grootse ideologieën die door de politiek worden aangereikt. Nederland is hierin fundamenteel anders dan Frankrijk, waar het nationale identiteitsdebat nu in zulke grote verhalen wordt gevoerd. Zo zijn 'echte Nederlanders' sceptisch en relativerend wanneer premier Balkenende spreekt over typisch Nederlandse waarden en normen. Het is eerder het middenveld, de tweede linie, die kan bemiddelen in een kosmopolitische Nederlandse identiteit.
Hier sluit Lechner aan bij de typische organisatiecultuur van Nederland. Vaak is het in Nederland het middenveld waar veranderingen al sussend en compenserend plaatsvinden. Vergelijk de verzuiling. Het oude, hieraan gerelateerde middenveld, vindt echter nog onvoldoende antwoorden op de vragen die nu worden gesteld. Door het gebrek aan antwoorden op de nieuwe vragen van deze tijd, die globalisering combineert met een economische crisis en zorgen over de verzorgingsstaat, zijn er fronten ontstaan. Op rechts mensen die bang zijn. Op links mensen die bang zijn voor de bangheid. Daar kunnen we voorbij door een nieuw en passend middenveld te vormen als leidraad in het Nederland van nu. Een taak voor bijvoorbeeld organisaties als Imagine IC, musea en de aloude omroepen. Zonder dat we de verwachting mogen koesteren dat de vraag naar wie wij zijn volledig, definitief en unaniem kan worden beantwoord, liggen bij deze tweede linie de creatieve kansen in het continue proces van heruitvinding van de natie. Hier kunnen voorstellen voor nationale identiteit worden gevormd, gepresenteerd en uitgedaagd. Zonder te vervallen in overdreven scepsis ten aanzien van nationale identiteit, kan hier in een voortdurend geven en nemen kortsluiting worden voorkomen.
Lechner ziet de Nederlandse publieke omroep als een van de arena's van Nederlandse identiteitsconstructie. Willemijn Maas introduceert in antwoord hierop de publieke omroep en de AVRO. De publieke omroep wil nieuwe mensen aan zich binden, en zo een up to date positie te zekeren in de samenleving. Vooralsnog is het clubje van de publieke omroepen in Hilversum 'akelig wit'. Tegelijkertijd worden mensen niet meer als vanzelfsprekend lid van een omroep en winnen andere vormen van media snel terrein. Toch blijft de publieke omroep erg belangrijk. Maas stemt in met Lechner dat zij product en arena is van de Nederlandse identiteit. Er zijn nergens zoveel publieke omroepen als hier, die elk een bijdrage leveren aan het beeld van Nederland. Dat beeld probeert de AVRO te verbinden met de generaties van nu en de toekomst, onder de motto's van het eerste uur: vrijheid, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid. De AVRO wil mensen vertrouwen geven én uit de tent lokken. De kijker verleiden tot 'het nieuwe'. In lijn met zijn geschiedenis wil de AVRO gidsen: steeds nieuwe groepen verbinden in nieuwe tijden en interesseren voor nieuwe werkelijkheden. Door een plek te bieden aan meerdere stemmen en gezichten, op een eigentijdse manier, denkt Maas dat de AVRO en de publieke omroep een draai kunnen geven aan actuele opvattingen in en over Nederland.
Vanuit de zaal komen vragen naar de urgentie die de publieke omroepen voelen om te verkleuren. "Uw verhaal wordt al lang verteld, maar u bent nog steeds hartstikke wit. Waarom lukt het niet?" Willemijn Maas bekent. "Ja, de publieke omroep is wit. In Hilversum is het wit. Maar we zijn hard op weg richting een bredere afspiegeling. Dat kost tijd. Daarnaast is de publieke omroep een beperkte beroepsgroep die te kampen heeft met bezuinigingen. Deze factoren remmen. Maar ik geef toe; het probleem wordt wel gezien en besproken, maar soms niet werkelijk gevoeld. Hier ligt voor ons zeker nog veel werk. Gaten door gebrek aan ervaring en kennis moeten worden gedicht." Uit de zaal klinkt de raad om te verhuizen naar Zuidoost.
Ergün Erkoçu verkent hoe veranderend Nederlanderschap gestalte krijgt in de publieke ruimte die alle Nederlanders delen. Hij bespreekt onder grote belangstelling van het publiek visionaire bouwplannen als de Poldermoskee. Architectuur en ruimtelijke inrichting omvatten meer dan stenen. Zij weerspiegelen de samenleving en vormen haar tegelijkertijd. De Poldermoskee bijvoorbeeld, poogt openheid en eigenheid te vertalen in zijn uiterlijk en structuur. Het gebouw straalt frisheid uit en toegankelijkheid - ook voor niet-moslims. Erkoçu ziet zijn bedrijf Concept0031 als een sturende aanjager van continue maatschappelijke beweging. Architecten zijn, net als andere pioniers van het middenveld, mede verantwoordelijk voor de koers van een samenleving. Wij zijn steeds bezig met de vraag naar 'wat is Nederlanderschap'? Daarmee gelooft Erkocu niet perse in multiculturaliteit in de zin van multi-etniciteit. "Kijk naar mij als Turkse Nederlander: ik bén multicultureel, dát is mijn identiteit." Met Concept0031 streeft hij dan ook naar pluriculturaliteit. Dit woord focust niet op een specifieke etniciteit of op verschillende afkomsten bij elkaar, maar op de mengeling zelf. Op dit moment houdt Erkoçu's architectenbureau, in samenwerking met gemeenten, zich bezig met 'probleemwijken' in verschillende delen van het land. Juist hier ziet het bureau mogelijkheden voor en al aanzetten van creatieve innovatie. Zogenaamde probleemwijken zijn door de verscheidenheid aan mensen de eerste plekken waar de pluriculturele samenleving wordt gepraktiseerd. Hier ligt de toekomst van onze openheid en eigenheid.
Ergün Erkoçu formuleert aan Frank Lechner een vraag die in de zaal weerklank vindt. Hij twijfelt aan de unieke heilzaamheid van het kleine verhaal en legt voor dat er wel degelijk een groter verhaal nodig is. Is een geven en nemen van proposities, debatten en dialogen aangaan, wel voldoende? Lechner denkt dat het grotere verhaal er niet is. Nederlanders - "mag ik jullie zo noemen?" - willen niet in een overzichtelijk aantal ruim bemeten hokken worden ingedeeld. Zij kennen een zeer gelaagde identificatie. Bovendien hebben Nederlanders de neiging grote verhalen af te zwakken. Er wordt snel gerelativeerd. Debatteren en dialogen aangaan is daarentegen juist erg Nederlands. Kijk maar naar de verzuiling. Op deze manier werd en wordt nog steeds samenhang in eigenheid gezocht. En wie de nieuwe verhalen aan de man moeten brengen? "Jullie als architectenbureau!" Maar ook muziekgezelschappen, voetbalclubs, noem maar op. Lechner adviseert: "Alle hens aan dek".
Pieter-Matthijs Gijsbers gaat in op de manier waarop musea en verzamelingen veranderend Nederlanderschap weerspiegelen en beïnvloeden. Zijn vertrekpunt: Nederland is een construct. Een gedroomde gemeenschap. Het Nederlands Openluchtmuseum verbeeldt dit construct. Zo krijgt de imaginaire gemeenschap toch een reëel effect. Des te belangrijker is het dus, om een juiste toon aan te slaan en een juiste denklijn in te zetten. Deze mogen geenszins politiek of religieus zijn. En willen bijdragen aan de eigen meningsvorming van de bezoekers. Zij moeten namelijk wel in groten getale blijven komen - een eis en verwachting die niet strookt met al te krasse proposities over Nederland en Nederlanderschap. Kleine verhalen en enkele beelden van migranten en hun nalatenschap aan het uiterlijk en karakter van Nederland, maken in deze context een groot verschil. Het Openluchtmuseum toont inmiddels een Molukse barak en een Chinees restaurant. Hier schieten multiculturele empathie en een nieuw begrip van Nederland wortel. Voor de nieuwe tentoonstelling 'Nieuwe Buren' is uiterste inhoudelijke en communicatieve zorgvuldigheid aan de dag gelegd. Gijsbers neemt het publiek mee in de totstandkoming van het beeldmerk van de tentoonstelling. Afgewezen werden alle beeldmerken die de nieuwe buren reduceerden tot een specifieke groep, moslims bij voorbeeld. Een gehoofddoekt Delfts Blauw poppetje werd het daarom niet. Uiteindelijk is gekozen voor een communicatiecampagne waarin koffers de hoofdrol spelen.
Het Nederlands Openluchtmuseum werd in 1912 gesticht in een woelige tijd. Onder de zinspreuk 'eenheid in verscheidenheid' wilde het bijdragen aan een nationale eenheid die verschillende provincies accommodeerde. Anno 2010 ligt er voor dit museum een vergelijkbare taak, in de zin van 'de lijm van Nederland'. "De polarisatie voorbij zie ik het als opdracht deze taak te volbrengen. Ben ik toch nog een soort missionaris!"
Op de vraag uit de zaal naar verder gesprek over de rol die vanuit de Nederlandse koloniën is en wordt gespeeld bij Nederlandse identiteitsvorming, reageert Gijsbers: "Wanneer moeten we aandacht geven aan wat? Op het moment dat het als vanzelfsprekend uit het verhaal blijkt lijkt me. Ik denk dat het middenveld bezig is met het aan de man brengen van ook deze verhalen. We moeten weg uit het pijnmoment! We moeten de vanzelfsprekendheid van de realiteit onder ogen zien; we zijn een verscheiden land, en niet sinds kort, en daar kan uiteindelijk niemand omheen."
Verslag: Eileen Ros